Artikelen Laatst bijgewerkt 25 april 2026
Box 3 berekenen: stap-voor-stap met cijfers voor 2024–2026
Box 3 zelf berekenen is goed te doen als u de juiste peildata, drempels en forfaits weet. Stappenplan met cijfers voor 2024, 2025 en 2026.
Wilt u weten hoeveel box 3-belasting u dit jaar betaalt? Met de calculator op deze site vult u uw gegevens in en krijgt u in één klik uw belasting te zien. Hieronder leest u precies hoe die berekening werkt, zodat u de uitkomst zelf kunt narekenen of begrijpen.
Bereken meteen in de calculator
Wat heeft u nodig?
Verzamel de volgende gegevens voordat u begint. Alles wordt gemeten op de peildatum 1 januari van het belastingjaar — niet op 31 december of een ander moment.
- Banktegoeden op 1 januari: spaarrekening, betaalrekening, deposito’s
- Overige bezittingen op 1 januari: beleggingen, aandelen, obligaties, tweede woning, verhuurde woning, cryptovaluta, vorderingen
- Schulden op 1 januari: leningen, studieschuld, roodstand (niet de hypotheek op uw eigen woning — die valt in box 1)
- Fiscale partner: heeft u een partner, dan kunt u uw gezamenlijk vermogen vrij verdelen; ook het heffingsvrij vermogen verdubbelt
Heeft u twijfel over wat precies onder box 3 valt? Lees dan eerst Wat is box 3? voor de basisuitleg.
Stappenplan: zo berekent u uw box 3-belasting
Stap 1 — Verdeel uw bezittingen per categorie
De Belastingdienst hanteert twee categorieën met elk een eigen forfaitair rendement:
- Banktegoeden: spaargeld en andere direct opvraagbare tegoeden
- Overige bezittingen: beleggingen, vastgoed, crypto en alles wat geen bankregoed is
Tel de bedragen per categorie op. Noteer beide totalen.
Stap 2 — Schulden verminderen met de drempel
Schulden tellen mee, maar alleen boven een drempelbedag per persoon. De drempel geldt per belastingplichtige; bij een fiscale partner verdubbelt het bedrag.
Effectieve schuld = totale schulden − schulddrempel
Is uw schuld lager dan de drempel? Dan is de effectieve schuld € 0.
Stap 3 — Rendementsgrondslag berekenen
De rendementsgrondslag is het nettovermogen waarover het fictieve rendement wordt berekend:
Rendementsgrondslag = banktegoeden + overige bezittingen − effectieve schuld
Stap 4 — Forfaitair rendement berekenen
Op elke categorie past de Belastingdienst een ander percentage toe:
Forfaitair rendement =
banktegoeden × forfait_bank
+ overige bezittingen × forfait_overig
− effectieve schuld × forfait_schuld
De forfaits verschillen per jaar — zie de tabel verderop.
Stap 5 — Heffingsvrij vermogen verrekenen
U betaalt alleen belasting over het deel van uw vermogen boven het heffingsvrij vermogen. De wet verrekent dit via een aandeel:
Grondslag boven vrijstelling = rendementsgrondslag − heffingsvrij vermogen
Aandeel = grondslag boven vrijstelling / rendementsgrondslag
Belastbaar rendement = forfaitair rendement × aandeel
Is uw rendementsgrondslag lager dan het heffingsvrij vermogen? Dan betaalt u geen box 3-belasting.
Stap 6 — Belasting berekenen
Het tarief voor box 3 is elk jaar 36%:
Box 3-belasting = belastbaar rendement × 36%
Dit is het bedrag dat u op de aangifte invult — of dat de Belastingdienst al heeft vooringevuld als u een voorlopige aanslag ontvangt.
Wilt u het verschil weten tussen de forfaitaire methode en het opgeven van uw werkelijke rendement? Lees dan Forfaitair vs. werkelijk rendement.
Cijfers per jaar
De Belastingdienst stelt de forfaitaire percentages elk voorjaar definitief vast, nadat de rente- en rendementscijfers over het vorige jaar bekend zijn.
| Parameter | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen | € 57.000 | € 57.684 | € 59.357 |
| Forfait banktegoeden | 1,44% | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
| Forfait overige bezittingen | 6,04% | 5,88% | 6,00% |
| Forfait schulden | 2,61% | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
| Schulddrempel | € 3.700 | € 3.800 | € 3.800 |
| Tarief box 3 | 36% | 36% | 36% |
De forfaits voor banktegoeden en schulden worden voor 2026 pas begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke marktrentes. De calculator op deze site toont een “voorlopig”-badge zolang de definitieve waarden nog niet vastliggen.
Voorbeeld 1: spaarder, jaar 2024
Situatie: € 80.000 op de spaarrekening, geen schulden, geen fiscale partner.
Rendementsgrondslag = € 80.000
Forfaitair rendement = € 80.000 × 1,44% = € 1.152,00
Grondslag boven vrijstelling = € 80.000 − € 57.000 = € 23.000
Aandeel = € 23.000 / € 80.000 = 28,75%
Belastbaar rendement = € 1.152,00 × 28,75% = € 331,20
Box 3-belasting = € 331,20 × 36% = € 119,23
Uitkomst: € 119,23
Op een spaartegoed van € 80.000 betaalt deze spaarder in 2024 ongeveer honderdtwintig euro box 3-belasting. Het heffingsvrij vermogen dekt een flink deel van de grondslag af, waardoor effectief over slechts 28,75% van het forfaitaire rendement belasting wordt geheven. Meer spaarder-scenario’s (buitenland, lage rente, gemengde portefeuille): Box 3 berekenen voor spaargeld.
Voorbeeld 2: belegger met partner, jaar 2024
Situatie: € 50.000 spaargeld + € 100.000 beleggingen, € 10.000 lening, fiscale partner (maximale verdubbeling).
Schulddrempel (verdubbeld) = 2 × € 3.700 = € 7.400
Effectieve schuld = € 10.000 − € 7.400 = € 2.600
Rendementsgrondslag = € 50.000 + € 100.000 − € 2.600 = € 147.400
Forfaitair rendement:
banktegoeden = € 50.000 × 1,44% = € 720,00
overige bezittingen = € 100.000 × 6,04% = € 6.040,00
schulden = € 2.600 × 2,61% = −€ 67,86
Totaal = € 6.692,14
Heffingsvrij vermogen (verdubbeld) = 2 × € 57.000 = € 114.000
Grondslag boven vrijstelling = € 147.400 − € 114.000 = € 33.400
Aandeel = € 33.400 / € 147.400 = 22,66%
Belastbaar rendement = € 6.692,14 × 22,66% = € 1.516,40
Box 3-belasting = € 1.516,40 × 36% = € 545,90
Uitkomst: € 545,90
Door de beleggingen loopt het forfait flink op (6,04% is veel hoger dan het bankforfait), maar de verdubbeling van zowel de schulddrempel als het heffingsvrij vermogen tempert de belasting aanzienlijk. Zonder fiscale partner zou dezelfde situatie beduidend meer kosten.
Veelgemaakte fouten
1. Peildatum verwarren met jaarultimo
Box 3 kijkt naar 1 januari, niet naar 31 december. Geld dat u op 30 december heeft uitgegeven en op 2 januari heeft teruggekomen, telt dus niet mee — maar geld dat u op 31 december heeft ontvangen wél.
2. De eigen woning meenemen
Uw hoofdverblijf valt in box 1 (het eigenwoningforfait). Neem de waarde van uw eigen woning nooit op in de box 3-berekening.
3. De vakantiewoning vergeten
Een tweede woning — ook een vakantiehuisje in Nederland of het buitenland — valt wél in box 3 als overige bezitting. De WOZ-waarde of de buitenlandse equivalent moet u opgeven.
4. Hypotheek eigen woning als schuld opvoeren
De hypotheek op uw eigen woning hoort bij box 1 en mag u in box 3 niet aftrekken. Alleen leningen die verband houden met box 3-bezittingen (of consumptieve schulden) komen in aanmerking, en dan alleen boven de schulddrempel.
5. Partner-verdeling niet optimaliseren
Fiscale partners mogen hun gezamenlijke rendementsgrondslag in elke gewenste verhouding verdelen. Door slim te verdelen — meer naar de partner met een lagere heffingskorting of een lager inkomen — kunt u de totale belasting verlagen. De calculator laat u de verdeling zelf instellen.
Hoe de calculator dit voor u doet
De box 3 calculator voert alle stappen hierboven automatisch uit zodra u uw gegevens invult. U ziet meteen uw rendementsgrondslag, het forfaitaire rendement, het belastbare deel en de uiteindelijke belasting — inclusief de correcte cijfers voor het jaar dat u kiest. Kies een jaar, vul uw bedragen in en lees uw uitkomst af.
Wat als de 2026-cijfers nog niet bekend zijn?
De Belastingdienst publiceert de definitieve forfaits voor een belastingjaar pas in het voorjaar na afloop van dat jaar. Voor 2025 betekent dat: definitieve forfaits begin 2026. Voor 2026: begin 2027.
Zolang de definitieve waarden ontbreken, werkt de calculator met de meest recente ramingen en toont een “voorlopig”-badge bij de uitkomst. Zodra de officiële cijfers beschikbaar zijn, worden ze bijgewerkt en verdwijnt de badge. Controleer voor uw definitieve aangifte altijd de actuele waarden via de Belastingdienst.
Wilt u meer weten over de aangifte zelf en de keuze tussen forfaitair en werkelijk rendement? Lees dan Aangifte 2025 en de tegenbewijsregeling.