Artikelen Laatst bijgewerkt 25 april 2026
Forfaitair of werkelijk rendement: welke methode kiest u?
Sinds 2025 mag u in Box 3 kiezen voor de laagste van forfaitair of werkelijk rendement. Voorbeelden voor spaarders, beleggers en vastgoedbezitters.
Het Nederlandse Box 3-stelsel kent sinds 2025 twee manieren om uw belasting te berekenen. Forfaitair is de wettelijke standaard: u rekent met door de overheid vastgestelde percentages. Werkelijk rendement mag u kiezen als uw echte rente, dividend en waardeveranderingen lager uitkomen. Niet bekend met de basis? Lees eerst Wat is Box 3?.
In dit artikel leggen we beide methoden uit, geven we voorbeelden voor verschillende profielen, en helpen we u beslissen welke voor u voordeliger is.
Wat is forfaitair rendement?
Bij de forfaitaire methode kijkt de Belastingdienst niet naar wat u werkelijk verdient met uw vermogen. In plaats daarvan worden vaste percentages toegepast per categorie:
- Banktegoeden krijgen een laag percentage (ongeveer 1%, op basis van werkelijke spaarrentes in dat jaar).
- Overige bezittingen krijgen een hoger percentage (rond 6%, op basis van langjarig aandelenrendement).
- Schulden verminderen uw belasting met een eigen percentage (rond 2,6–2,7%).
De definitieve forfaitcijfers voor 2023–2025 en voorlopige cijfers voor 2026:
| Categorie | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|---|
| Banktegoeden | 0,92% | 1,44% | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
| Overige bezittingen | 6,17% | 6,04% | 5,88% | 6,00% |
| Schulden | 2,46% | 2,61% | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
Het voordeel van forfaitair: u hoeft niets te bewijzen. De Belastingdienst kent uw vermogensopbouw al uit eerdere aangiften en gerenseigneerde gegevens van banken en brokers.
Het nadeel: het forfait gaat ervan uit dat beleggingen ongeveer 6% opleveren. In een slecht beursjaar — of voor iemand die alleen spaart — is dat te hoog gegrepen.
Wat is werkelijk rendement?
Werkelijk rendement is wat u daadwerkelijk met uw vermogen heeft verdiend. Dat splitst in twee delen:
Direct rendement — wat er in uw rekening kwam:
- Rente op spaarrekeningen (bruto, ook buitenlandse)
- Dividend uit aandelen of fondsen
- Huurinkomsten uit verhuurd vastgoed
- Andere directe inkomsten uit vermogen
Indirect rendement — waardeveranderingen tussen 1 januari en 31 december:
- Koersstijging of -daling van aandelen, obligaties, ETF’s
- Waardestijging of -daling van vastgoed (volgens WOZ of taxatie)
- Waardestijging of -daling van crypto
Kosten zijn in het huidige tegenbewijsstelsel niet aftrekbaar. De Belastingdienst staat alleen twee uitzonderingen toe:
- Rente op een Box 3-schuld mag worden meegenomen.
- Investeringen die de WOZ-waarde van een tweede woning verhogen mogen worden afgetrokken van de waardestijging van die woning.
Beleggingsadvieskosten, bewaarloon, transactiekosten en abonnementskosten op een broker zijn niet aftrekbaar voor box 3.
Het totaal — direct plus indirect minus kosten — wordt belast tegen het Box 3-tarief (36% in 2024–2026).
Hoe maakt u de keuze?
Sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 (Eerste Kamer 8 juli 2025) heeft u het recht om in uw aangifte aan te tonen dat werkelijk rendement lager is dan het forfait. Lukt dat, dan wordt u over werkelijk rendement belast. De volledige toelichting op de regeling staat in Tegenbewijsregeling Box 3; de exacte forfaitaire rekenstappen in Box 3 berekenen.
In de praktijk komt het op rekenen neer:
- Bereken uw forfaitaire belasting.
- Bereken uw werkelijke rendement en de bijbehorende belasting.
- Kies de methode die de laagste belasting oplevert.
Vergelijk uw situatie meteen in de calculator — beide methoden worden naast elkaar getoond.
Wanneer is werkelijk vaak voordeliger?
Profiel 1 — de grote spaarder
Joke heeft op 1 januari 2024 € 250.000 op haar spaarrekening, geen beleggingen, geen schulden, geen partner.
Forfaitair:
€ 250.000 × 1,44% = € 3.600
heffingsvrij: € 57.000
grondslag: € 250.000 − € 57.000 = € 193.000
aandeel: 193.000 / 250.000 = 77,2%
belastbaar: € 3.600 × 77,2% = € 2.779,20
belasting: € 2.779,20 × 36% = € 1.000,51
Werkelijk: ze ontving € 2.000 rente (0,8% rendement bij haar bank).
werkelijk rendement: € 2.000
belasting: € 2.000 × 36% = € 720
In dit geval is werkelijk (€ 720) duidelijk voordeliger dan forfaitair (€ 1.000,51) — een besparing van bijna € 280. Bij het hogere forfaitaire bankforfait van 2024 (1,44%) valt werkelijk vrijwel altijd gunstiger uit voor wie minder dan ongeveer 1,4% spaarrente ontving. Meer spaarder-scenario’s met buitenlandse rekeningen en gemengde portefeuilles: Box 3 berekenen voor spaargeld.
Profiel 2 — de belegger in een slecht jaar
Pieter heeft op 1 januari 2024 een effectenportefeuille ter waarde van € 200.000. Eind 2024 staat hij op € 175.000 (koersdaling van € 25.000). Hij heeft € 1.000 dividend ontvangen.
Forfaitair:
€ 200.000 × 6,04% = € 12.080
heffingsvrij: € 57.000
grondslag: € 143.000
aandeel: 143.000 / 200.000 = 71,5%
belastbaar: € 12.080 × 71,5% = € 8.637,20
belasting: € 8.637,20 × 36% = € 3.109,39
Werkelijk:
direct: € 1.000 dividend
indirect: € −25.000 koersverlies
totaal: € −24.000
belasting: 0 (negatief rendement = € 0 box 3)
Door tegenbewijs te leveren betaalt Pieter € 0 belasting in plaats van € 3.109,39 — een besparing van ruim drieduizend euro.
Profiel 3 — vastgoed met beperkte huur
Sandra verhuurt een appartement met WOZ-waarde € 350.000. De huur bedraagt € 14.400 per jaar (€ 1.200 / maand). Ze heeft geen hypotheek en geen ander Box 3-vermogen.
Forfaitair:
€ 350.000 × 6,04% = € 21.140
heffingsvrij: € 57.000
grondslag: € 350.000 − € 57.000 = € 293.000
aandeel: 293.000 / 350.000 = 83,7%
belastbaar: € 21.140 × 83,7% ≈ € 17.694
belasting: € 17.694 × 36% ≈ € 6.370
Werkelijk (stel: WOZ steeg met € 5.000 in 2024):
direct: € 14.400 huur
indirect: € 5.000 WOZ-stijging
totaal: € 19.400
belasting: € 19.400 × 36% = € 6.984
Hier is forfaitair voordeliger — vooral omdat het heffingsvrij vermogen alleen bij forfaitair wordt afgetrokken. Bij stijgende WOZ-waarden komt werkelijk vaak hoger uit. Bij dalende WOZ kan het omslaan.
Wanneer is forfaitair vaak voordeliger?
- Wanneer uw werkelijk rendement hoger is dan ~6% op overige bezittingen of ~1,4% op banktegoeden (2024-cijfers).
- Wanneer uw vermogen dicht tegen of onder het heffingsvrij vermogen zit — daar profiteert u van bij forfaitair, niet bij werkelijk.
- Wanneer u een sterk beursjaar achter de rug heeft.
Bewijslast bij werkelijk rendement
Kiest u voor werkelijk rendement, dan moet u dat kunnen aantonen. Bewaar:
- Jaaroverzichten van uw bank: rente, saldi op 1-1 en 31-12
- Jaaroverzichten van uw broker (DEGIRO, Saxo, ABN, etc.): dividend, koersmutaties, transacties
- Crypto-overzichten: beginsaldo, eindsaldo, transactiehistorie
- Huurcontracten en bankafschriften voor verhuurd vastgoed
- WOZ-beschikking voor vastgoedwaardering
De Belastingdienst mag deze stukken opvragen tot vijf jaar terug. Een digitaal archief is voldoende; gestructureerde Excel of PDF is prima.
Tarief en heffingsvrij vermogen vergeleken
Een verwarrend punt: bij forfaitair gaat het heffingsvrij vermogen af van de grondslag, waardoor u over een proportioneel deel van het forfaitair rendement betaalt. Bij werkelijk wordt het volledige rendement belast — er is geen heffingsvrij rendement (in het toekomstige stelsel vanaf 2028 wel: ongeveer € 1.800 per persoon).
Dit betekent dat werkelijk rendement vooral aantrekkelijk is bij:
- Vermogen ver boven het heffingsvrij vermogen (€ 57.000 in 2024, € 57.684 in 2025, € 59.357 in 2026) én
- Werkelijk rendement (ver) onder het forfaitaire percentage.
Wat doet de calculator?
Onze calculator op de hoofdpagina berekent automatisch beide methoden en toont:
- Welke voor u het minst belasting oplevert
- Hoeveel u bespaart als u het tegenbewijs aanvoert
- Een waarschuwing wanneer voorlopige forfait-percentages worden gebruikt
Vul uw situatie in en u ziet binnen seconden of het tegenbewijs voor u zinvol is.
Wet werkelijk rendement vanaf 2028
Vanaf 1 januari 2028 wordt — als de wetgeving op tijd af is — werkelijk rendement de standaard. Het forfaitaire stelsel verdwijnt dan. Tot die tijd is het belangrijk dat u jaarlijks de keuze maakt die voor u het gunstigst uitvalt. De praktische invulling voor belastingjaar 2025 staat in Aangifte 2025 en de tegenbewijsregeling.
Bronnen
- Belastingdienst — Tegenbewijsregeling box 3
- Eerste Kamer — Wet tegenbewijsregeling box 3
- Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 (definitie werkelijk rendement; bewijslast)
- Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705 (uitwerking werkelijk rendement)