Artikelen Laatst bijgewerkt 25 april 2026
Wat is Box 3? Vermogensrendementsheffing in 2026 uitgelegd
Box 3 is de Nederlandse belasting op uw vermogen. Hoe heffingsvrij vermogen, peildatum, forfaitair rendement en tegenbewijsregeling werken in 2024–2026.
In de Nederlandse inkomstenbelasting wordt uw inkomen verdeeld over drie boxen. Box 3 gaat over inkomen uit sparen en beleggen — kort gezegd: belasting op uw vermogen. Het bedrag dat u betaalt hangt af van wat u op 1 januari aan bezittingen en schulden had, en welke methode u kiest om uw rendement te berekenen.
Deze pagina geeft een overzicht: wat valt eronder, hoe wordt het berekend, welke vrijstellingen gelden in 2024, 2025 en 2026, en waarom de Wet tegenbewijsregeling box 3 sinds 8 juli 2025 zo belangrijk is. Voor de exacte rekenstappen zie Box 3 berekenen; voor de keuze tussen methoden zie Forfaitair vs. werkelijk rendement.
De drie boxen in het kort
| Box | Soort inkomen | Voorbeelden |
|---|---|---|
| 1 | Werk en woning | Salaris, eigen woning, ondernemerswinst |
| 2 | Aanmerkelijk belang | 5%+ aandelen in eigen BV |
| 3 | Sparen en beleggen | Spaarrekening, beleggingen, tweede huis |
Elke box heeft eigen regels en tarieven. Box 3 is uniek: hier wordt niet uw werkelijke inkomsten direct belast, maar — ten minste tot en met 2027 — een fictief rendement op uw vermogen.
Wat valt onder Box 3?
Tot het Box 3-vermogen horen onder andere:
- Banktegoeden: spaar- en betaalrekeningen in binnen- en buitenland
- Beleggingen: aandelen, obligaties, ETF’s, beleggingsfondsen
- Vastgoed dat geen eigen woning is: tweede huis, verhuurd pand, vakantiewoning
- Vorderingen: leningen die u heeft uitstaan
- Cryptovaluta: Bitcoin, Ethereum en andere crypto
- Contant geld boven een bepaalde drempel
- Polissen zoals lijfrente die niet onder Box 1 vallen
Daartegenover staan schulden — die mogen, boven een drempel, in mindering worden gebracht. Schulden voor uw eigen woning vallen niet onder Box 3 (die zitten in Box 1).
Buiten Box 3 blijven onder andere uw eigen woning (Box 1), uw inboedel, uw auto voor privégebruik, lopende pensioenrechten en groene beleggingen tot een vrijgesteld bedrag.
Peildatum: 1 januari
Voor Box 3 wordt uitsluitend gekeken naar uw vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Wat u in maart, juli of december heeft maakt voor de aangifte van dat jaar niet uit. Dit heet de peildatum.
Dat heeft praktische gevolgen:
- Geld dat u op 31 december aflost op een schuld is in januari niet meer een schuld die meetelt.
- Crypto die u op 1 januari bezit op een hoog koersniveau telt mee voor die hele waardering, ook als de koers later dat jaar daalt.
- Voor een verbouwing waarvoor u eind december een groot bedrag uitgaf, heeft u op de peildatum minder banktegoed staan — gunstig voor Box 3.
Heffingsvrij vermogen
Niet uw hele vermogen wordt belast. Een heffingsvrij vermogen blijft buiten beschouwing — per persoon, dus partners hebben dit dubbel.
| Belastingjaar | Heffingsvrij per persoon | Met fiscaal partner |
|---|---|---|
| 2023 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2024 | € 57.000 | € 114.000 |
| 2025 | € 57.684 | € 115.368 |
| 2026 | € 59.357 | € 118.714 |
Heeft u minder vermogen dan het heffingsvrije bedrag? Dan betaalt u in Box 3 niets, ongeacht hoe het rendement berekend wordt.
Het tarief
Sinds 2024 is het Box 3-tarief 36%. Dat klinkt hoog, maar dat percentage wordt toegepast op het fictieve rendement, niet op het hele vermogen. Een vermogen van € 100.000 belegd in aandelen levert in 2024 ongeveer € 6.040 fictief rendement op — daar gaat dan eerst nog het heffingsvrij vermogen af, en dan pas wordt 36% berekend.
In 2023 was het tarief nog 32%. Vanaf 2024 ging het in stappen omhoog.
Forfaitair rendement: hoe werkt dat?
Sinds de wetgeving rond het zogeheten kerstarrest (Hoge Raad, 24 december 2021) wordt het forfaitaire rendement berekend per categorie vermogen:
- Banktegoeden — laag percentage, want spaarrente is laag
- Overige bezittingen — hoog percentage, gebaseerd op meerjaarsgemiddelde aandelenrendement
- Schulden — vermindering die afhangt van rentekosten
De definitieve percentages voor 2023–2025 en de voorlopige cijfers voor 2026:
| Categorie | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|---|
| Banktegoeden | 0,92% | 1,44% | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
| Overige bezittingen | 6,17% | 6,04% | 5,88% | 6,00% |
| Schulden | 2,46% | 2,61% | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
Voor banktegoeden en schulden worden de percentages na afloop van het belastingjaar definitief vastgesteld op basis van werkelijke marktrentes; voor 2026 publiceert de Belastingdienst voorlopige cijfers die begin 2027 worden bevestigd.
Rekenvoorbeeld 2024
Stel: u heeft op 1 januari 2024 een banktegoed van € 80.000 en beleggingen ter waarde van € 70.000. Geen schulden, geen partner.
Stap 1 — rendementsgrondslag:
banktegoeden € 80.000
overige bezittingen € 70.000
─────────────────
totaal € 150.000
Stap 2 — forfaitair rendement per categorie:
€ 80.000 × 1,44% = € 1.152,00
€ 70.000 × 6,04% = € 4.228,00
─────────────────
forfaitair rendement € 5.380,00
Stap 3 — heffingsvrij vermogen toepassen:
totaal vermogen € 150.000
heffingsvrij − € 57.000
─────────────────
grondslag sparen+beleggen € 93.000
aandeel = 93.000 / 150.000 = 62%
Stap 4 — belastbaar inkomen en belasting:
forfaitair rendement × aandeel = € 5.380 × 62% ≈ € 3.335,60
box 3-belasting = € 3.335,60 × 36% ≈ € 1.200,82
Wilt u uw eigen situatie precies doorrekenen? Open de calculator — de waarden worden automatisch ingevuld.
Werkelijk rendement (tegenbewijsregeling)
Het forfaitaire stelsel gaat ervan uit dat overige bezittingen ongeveer 6% per jaar opleveren. In jaren met dalende beurskoersen of voor mensen die alleen sparen, is het werkelijke rendement vaak fors lager dan het forfait.
Sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 (aangenomen door de Eerste Kamer op 8 juli 2025) mag u aantonen dat uw werkelijke rendement lager is dan het forfait. Dan wordt u over dat lagere bedrag belast. Een uitgebreide uitleg vindt u in de tegenbewijsregeling — voor wie en hoe.
Werkelijk rendement is:
- Direct rendement: rente, dividend, huurinkomsten
- Indirect rendement: ongerealiseerde waardestijgingen of -dalingen van effecten en vastgoed
- Kosten voor verwerving en behoud zijn in het huidige stelsel niet aftrekbaar — alleen rente op een Box 3-schuld telt mee, en investeringen die de WOZ-waarde van een tweede woning verhogen.
Het verschil kan groot zijn. Een spaarder met € 100.000 op de bank en 1,5% rente heeft een werkelijk rendement van € 1.500 — daar betaalt u € 540 belasting over (36%). Hetzelfde vermogen volgens het forfait levert in 2024 ongeveer € 223 belasting op. In dit specifieke geval is forfaitair voordeliger; bij hogere spaarbedragen of beleggingen met een slecht beursjaar valt werkelijk vaak gunstiger uit. Specifiek voor spaarders: zie Box 3 berekenen voor spaargeld.
Voor welke jaren geldt wat?
| Belastingjaar | Stelsel | Werkelijk rendement via | Calculator dekt? |
|---|---|---|---|
| t/m 2016 | Oud forfaitair (volledig fictief) | n.v.t. | Nee |
| 2017–2024 | Wet rechtsherstel + tegenbewijs | OWR-formulier (Mijn Belastingdienst) | 2023–2024 ja, definitief |
| 2025 | Forfait per categorie + tegenbewijs | Reguliere aangifte inkomstenbelasting | Ja, definitieve cijfers |
| 2026 | Idem | Reguliere aangifte | Ja, bank en schulden voorlopig |
| 2028+ | Wet werkelijk rendement (wetsvoorstel 36748) | Reguliere aangifte | n.v.t. |
Vanaf 1 januari 2028 wordt — als wetsvoorstel 36748 (Wet werkelijk rendement box 3) op tijd wordt aangenomen — werkelijk rendement de standaard. Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en wordt nu behandeld in de Eerste Kamer. Tot die tijd blijft het forfait de basis, met tegenbewijs als optie.
Veelgemaakte fouten
- Eigen woning meetellen: dat valt in Box 1, niet in Box 3.
- Hypotheek aftrekken in Box 3: ook die zit in Box 1.
- Schulden onder de drempel meetellen: in 2024 telt pas € 3.700+ per persoon mee.
- Vergeten van saldo op buitenlandse rekeningen: deze tellen óók mee voor Box 3 — let op aangifteplicht.
- Geen bewijs bewaren bij keuze voor werkelijk rendement: u draagt als belastingplichtige zelf de bewijslast.
Bronnen en wetgeving
- Belastingdienst — Box 3
- Eerste Kamer — Wet tegenbewijsregeling box 3
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 5.2 t/m 5.5
- Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (kerstarrest)
- Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 e.v.
Snel doorrekenen
→ Open de calculator en zie binnen seconden welke methode voor uw situatie het minst belasting oplevert. Voor de aangifte 2025 (in te dienen vanaf 1 maart 2026) staat een stap-voor-stap-uitleg in Aangifte 2025 en de tegenbewijsregeling.