Artikelen Laatst bijgewerkt 25 april 2026
Tegenbewijsregeling Box 3: voor wie, welke jaren, hoe werkt het?
De Wet tegenbewijsregeling Box 3 (Eerste Kamer 8 juli 2025) maakt werkelijk rendement mogelijk vanaf belastingjaar 2025. Voor wie, welke bewijslast, deadlines.
Heeft u in 2025 minder rendement gemaakt dan het forfait suggereert? Dan kan de tegenbewijsregeling box 3 u belasting besparen. Sinds de Wet tegenbewijsregeling box 3 op 8 juli 2025 door de Eerste Kamer is aangenomen, kunt u structureel kiezen voor belasting op uw werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.
Op deze pagina leest u wat de regeling inhoudt, voor welke jaren zij geldt, wie er voordeel van heeft, en welke stukken u nodig heeft.
Vergelijk forfaitair en werkelijk rendement in de calculator
Wat is de tegenbewijsregeling?
Het Box 3-stelsel werkt normaal gesproken met een forfaitair rendement: de Belastingdienst gaat ervan uit dat u een bepaald percentage op uw vermogen heeft behaald, ongeacht wat u werkelijk verdiende. Dat forfait bedraagt voor 2025 afhankelijk van de samenstelling van uw vermogen gemiddeld circa 6%.
Met de tegenbewijsregeling mag u aantonen dat uw werkelijke rendement lager was. Lukt dat bewijs, dan wordt u belast over dat lagere bedrag. Is uw werkelijke rendement negatief, dan betaalt u geen Box 3-belasting — teruggaaf levert een negatief rendement echter niet op.
De keuze tussen forfaitair en werkelijk rendement maakt u per jaar in uw aangifte inkomstenbelasting.
Zie ook: Wat is Box 3? en Forfaitair vs. werkelijk rendement voor de achtergrond.
Wettelijke status
De Wet tegenbewijsregeling box 3 (wetsvoorstel 36706) is op 8 juli 2025 aangenomen door de Eerste Kamer en vervolgens gepubliceerd in het Staatsblad. De wet geldt structureel vanaf belastingjaar 2025 en is dus van toepassing op de aangifte die u in 2026 indient.
De wet sluit aan op eerdere tijdelijke maatregelen voor de belastingjaren 2023 en 2024. Voor die jaren gold al de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren via de aangifte, maar op basis van een apart regime. Vanaf 2025 is de tegenbewijsregeling integraal opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001.
Achtergrond: Hoge Raad-arresten
De tegenbewijsregeling is het directe gevolg van een reeks arresten van de Hoge Raad.
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (“Kerstarrest”): het toenmalige forfaitaire Box 3-stelsel schond het eigendomsrecht wanneer het werkelijke rendement structureel lager was dan het forfait. De Belastingdienst moest rechtsherstel bieden.
HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 en ECLI:NL:HR:2024:705: de Hoge Raad vulde in wat onder “werkelijk rendement” moet worden verstaan — zowel direct rendement (rente, dividend, huur) als indirect rendement (waardeveranderingen), ook ongerealiseerd.
HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 (zelfde arrest): de bewijslast ligt bij de belastingplichtige. Wie kiest voor de tegenbewijsregeling, moet zelf aantonen dat het werkelijke rendement lager was dan het forfait.
Deze arresten dwongen de wetgever tot het wettelijk verankeren van de tegenbewijsmogelijkheid, hetgeen leidde tot wetsvoorstel 36706.
Voor welke jaren geldt de tegenbewijsregeling?
Belastingjaren 2017–2024: opgaaf via OWR-formulier
Voor de aangiften 2017 t/m 2024 dient u werkelijk rendement op via het afzonderlijke Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR)-formulier — niet via de reguliere aangifte. Voor 2020–2024 vult u het formulier in op Mijn Belastingdienst; voor 2017–2019 logt u in met DigiD zonder Mijn Belastingdienst.
De Belastingdienst verstuurt voor de oudste jaren individuele beschikkingen via uw Berichtenbox op MijnOverheid; voor de recentere jaren start u het OWR-formulier zelf wanneer u tegenbewijs wilt leveren.
Belastingjaar 2025 en verder: structureel in de aangifte
Vanaf de aangifte 2025 is de tegenbewijsregeling permanent onderdeel van de reguliere aangifte inkomstenbelasting. U hoeft geen apart OWR-formulier in te dienen. In de Box 3-sectie van de aangifte kiest u of u het forfaitaire of het werkelijke rendement opgeeft.
Zie ook: Aangifte 2025 met tegenbewijsregeling — stap voor stap
Voor wie is de tegenbewijsregeling voordelig?
De regeling is voordelig wanneer uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Dat is niet altijd zo. Hieronder drie profielen.
Spaarder met laag rendement
Heeft u een groot spaarsaldo bij een bank die weinig of geen rente vergoedt? Dan kan uw werkelijke rente lager zijn dan het spaardeel van het forfait. Wel of niet voordelig? Vergelijk uw daadwerkelijke rente-inkomsten met het forfait voor spaargeld (zie de actuele percentages in de calculator). Ligt uw rente lager, dan profiteert u van tegenbewijs. Uitgewerkte spaarder-voorbeelden inclusief buitenlandse rekeningen: Box 3 berekenen voor spaargeld.
Belegger in een verliesjaar
Beleggingen kunnen koersverliezen leiden. Omdat ongerealiseerde waardeveranderingen meetellen bij het werkelijke rendement, kan een slecht beursjaar uw belastbare grondslag sterk verlagen. Wel of niet voordelig? Bij een netto-verlies op de gehele portefeuille betaalt u met de tegenbewijsregeling geen Box 3-belasting.
Vastgoedbezitter zonder waardestijging of huur
Bezit u een tweede woning of ander vastgoed dat nauwelijks in waarde steeg en waarop u weinig of geen huurinkomsten ontvangt? Wel of niet voordelig? Bij gering direct en indirect rendement kan de tegenbewijsregeling de belasting fors verlagen. Heeft het pand echter aanzienlijk in waarde gestegen, dan kan het forfait juist lager uitvallen.
Bewijslast: welke stukken heeft u nodig?
De Hoge Raad legde de bewijslast expliciet bij de belastingplichtige (HR 14 juni 2024). U moet uw werkelijke rendement per bezitting onderbouwen met concrete documentatie.
Bankrekeningen en spaarrekeningen
- Jaaroverzicht van de bank met rente-inkomsten
- Saldi per 1 januari en 31 december
Beleggingsportefeuilles
- Jaaroverzicht van de broker of vermogensbeheerder
- Totaal ontvangen dividend (bruto)
- Koerswijziging van de portefeuille tussen 1 januari en 31 december
- Overzicht van stortingen en onttrekkingen gedurende het jaar
Cryptovaluta
- Overzicht van een erkend transactieplatform of uw eigen administratie
- Waarde per 1 januari en 31 december in euro’s
Vastgoed
- WOZ-beschikking voor 1 januari en (indien beschikbaar) aankomend jaar
- Huurcontract en jaaroverzicht huurinkomsten
- Onderbouwing van directe kosten (zie volgende paragraaf)
Schulden
- Jaaroverzicht van de geldverstrekker met betaalde rente en saldo
Bewaar al deze stukken minstens vijf jaar. De Belastingdienst kan bij naheffing alsnog om bewijsstukken vragen.
Definitie van werkelijk rendement (HR 6 juni 2024)
De Hoge Raad gaf in de arresten van juni 2024 een heldere definitie.
Direct rendement
Dit is inkomen dat u daadwerkelijk ontvangt uit uw vermogen:
- Rente op spaar- en bankrekeningen
- Dividend op aandelen en fondsen
- Huurinkomsten van vastgoed (bruto, vóór kosten)
Indirect rendement
Dit zijn waardeveranderingen van uw bezittingen, ook als u ze nog niet heeft verkocht. U berekent het als:
Waarde op 31 december − waarde op 1 januari − stortingen + onttrekkingen
Heeft u tijdens het jaar extra geld in een beleggingsrekening gestort, dan telt die storting niet mee als rendement. Heeft u geld opgenomen, dan corrigeert u daarvoor.
Kosten
Kosten zijn in het tegenbewijsstelsel niet aftrekbaar, met twee uitzonderingen:
- Rente op een Box 3-schuld mag worden meegenomen — die telt al als negatief direct rendement.
- Investeringen die de WOZ-waarde van een tweede woning verhogen mogen worden afgetrokken van de waardestijging van die woning.
Beheerkosten, beleggingsadvies, transactiekosten, onderhoudskosten van verhuurd vastgoed en abonnementskosten op een broker zijn dus niet aftrekbaar. De gedachte achter deze regel is dat het forfaitaire stelsel ook geen rekening houdt met kosten — de tegenbewijsregeling behandelt direct + indirect rendement vóór kosten als de relevante maatstaf.
Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement
Het heffingsvrij vermogen (in 2025: € 57.684 per persoon) geldt alleen bij de forfaitaire methode. Kiest u voor werkelijk rendement, dan geldt dit vrijgestelde bedrag niet. Uw volledige werkelijke rendement is dan belastbaar tegen het Box 3-tarief van 36%.
Dit kan een nadeel zijn bij een klein positief rendement op een groot vermogen dat bij forfaitair de vrijstelling zou benutten.
Rekenvoorbeeld: belegger met koersverlies in 2025
Stel: u heeft een beleggingsportefeuille van € 200.000 op 1 januari 2025. Geen partner, geen schulden. Over 2025 ontvangt u € 1.000 dividend en lijdt u een koersverlies van € 25.000. Er zijn geen stortingen of onttrekkingen.
FORFAITAIRE METHODE (2025)
---------------------------------
Waarde bezittingen (1-1-2025) € 200.000,00
Heffingsvrij vermogen − € 57.684,00
Grondslag sparen en beleggen € 142.316,00
Forfaitair rendement (5,88%) € 8.368,18
Box 3-tarief (36%) × 0,36
---------------------------------
Belasting (forfaitair) € 3.012,54
TEGENBEWIJSREGELING (werkelijk rendement)
---------------------------------
Dividend (direct rendement) + € 1.000,00
Koersverlies (indirect rendement) − € 25.000,00
-----------
Werkelijk rendement − € 24.000,00
Negatief rendement → belastbaar bedrag = € 0
---------------------------------
Belasting (werkelijk rendement) € 0,00
BESPARING € 3.012,54
In dit geval levert de tegenbewijsregeling een besparing op van ruim € 3.000. Bereken uw eigen situatie in de calculator.
Hoe maakt u de keuze in de aangifte 2025?
De aangifte inkomstenbelasting 2025 is vanaf 1 maart 2026 beschikbaar via Mijn Belastingdienst. De stappen voor de tegenbewijsregeling zijn als volgt:
- Open de aangifte en ga naar het onderdeel Sparen en beleggen (Box 3).
- Vul uw bezittingen en schulden in zoals gebruikelijk.
- U ziet nu een keuze: forfaitair rendement of werkelijk rendement.
- Kiest u voor werkelijk rendement, vul dan per bezitting het directe en indirecte rendement in, met de bijbehorende onderbouwing.
- De aangiftesoftware berekent beide methoden en toont het verschil.
- Bevestig uw keuze en lever de aangifte in.
U bent niet verplicht om dezelfde keuze te maken als in eerdere jaren. Elk jaar kunt u opnieuw beoordelen welke methode in uw situatie voordeliger is.
Stap-voor-stap begeleiding: Aangifte 2025 met tegenbewijsregeling
Risico’s en valkuilen
Geen bewijs, geen tegenbewijs
De Hoge Raad is hierover duidelijk (HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704): zonder deugdelijke onderbouwing accepteert de Belastingdienst uw opgave niet. Zorg dat u alle jaaroverzichten heeft vóór u de aangifte indient.
Werkelijk rendement geldt voor uw gehele Box 3-vermogen
U kunt niet één enkel verliesgevend beleggingsfonds selecteren en de rest buiten beschouwing laten. De tegenbewijsregeling is alles-of-niets: u geeft het werkelijke rendement op alle bezittingen en schulden in Box 3 op.
Negatief rendement leidt niet tot teruggaaf
Is uw werkelijke rendement negatief, dan betaalt u geen Box 3-belasting. U krijgt echter geen belasting terug. Het negatieve rendement mag ook niet worden meegenomen naar een volgend jaar.
Bewaarplicht vijf jaar
De Belastingdienst kan tot vijf jaar na het belastingjaar om bewijsstukken vragen. Verwijder de jaaroverzichten van uw bank, broker en andere vermogensbeheerders dus niet.
Samenloop met heffingsvrij vermogen
Bij de werkelijke rendementsmethode geldt geen heffingsvrij vermogen. Bij een klein positief werkelijk rendement op een groot vermogen kan de forfaitaire methode — met aftrek van de vrijstelling — goedkoper uitvallen. Gebruik de calculator om dit te vergelijken.
Vooruitblik: Wet werkelijk rendement vanaf 2028
De tegenbewijsregeling is een overgangsmaatregel. De wetgever werkt aan een structureel nieuw stelsel: de Wet werkelijk rendement (voorlopig ingangsdatum 1 januari 2028), waarbij werkelijk rendement de standaard wordt en het forfait verdwijnt.
In dat nieuwe stelsel zou een heffingsvrij rendement van circa € 1.800 per persoon per jaar gelden, in plaats van het huidige heffingsvrij vermogen.
Let op: dit wetsvoorstel was begin 2026 nog in consultatie en is nog niet aangenomen. De exacte invulling kan nog wijzigen. Volg de ontwikkelingen via box3aangifte.nl voor actuele updates.
Bronnen
- Eerste Kamer, wetsvoorstel 36706 — Wet tegenbewijsregeling box 3
- Staatsblad 2025 — publicatie Wet tegenbewijsregeling box 3
- Belastingdienst — Tegenbewijs box 3
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963 (Kerstarrest)
- HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704
- HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705
- HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:855 (waardeveranderingen onroerende zaken)
- HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:857 (Wet rechtsherstel toetsing aan EVRM)
Bekijk ook: Box 3 berekenen — stap voor stap