Artikelen Laatst bijgewerkt 25 april 2026
Box 3 berekenen voor spaargeld: forfaitair of tegenbewijs?
Spaarders worden in Box 3 vaak benadeeld door het forfait. Met de tegenbewijsregeling betaalt u sinds 2025 over werkelijke rente. Voorbeelden voor 2024 en 2025.
Heeft u spaargeld op een spaar- of betaalrekening staan? Dan valt dat in box 3 onder de categorie banktegoeden. Het forfaitaire rendement voor banktegoeden is relatief laag — maar bij een rente die nog lager is dan dat forfait, kunt u met de tegenbewijsregeling over uw werkelijke rente belasting betalen en zo minder betalen.
Wat valt onder banktegoeden?
De Belastingdienst rekent de volgende tegoeden tot banktegoeden in box 3:
- Nederlandse spaar- en betaalrekeningen bij ING, ABN AMRO, Rabobank, bunq, ASN Bank, enzovoort
- Buitenlandse spaarrekeningen, zoals LeasePlan Bank (Duitsland), N26 of Trade Republic (cashsaldo)
- Deposito’s en termijnrekeningen — meegeteld tegen de contante waarde op 1 januari
- Vakantiegeld en andere spaartegoeden die op de peildatum op een bankrekening staan
Sommige tegoeden lijken op spaargeld, maar vallen niet onder banktegoeden:
- Contant geld thuis (valt onder overige bezittingen, drempel € 653 in 2024 / € 661 in 2025)
- Prepaid-kaarten en e-wallets
- Beleggingsrekeningen met aandelen, ETF’s of obligaties (overige bezittingen)
- Cashsaldo bij een broker dat belegd is of direct belegd kan worden in fondsen (afhankelijk van de situatie; vraag bij twijfel uw broker)
Zie ook Wat is box 3? voor een volledige uitleg van welke vermogensbestanddelen onder welke categorie vallen.
Forfaitair tarief voor banktegoeden 2024–2026
Voor banktegoeden geldt een apart, lager forfait dan voor overige bezittingen. De belasting wordt berekend over het forfaitaire rendement minus het heffingsvrij vermogen, tegen het box 3-tarief van 36%.
| Jaar | Forfait banktegoeden | Heffingsvrij vermogen | Belastingtarief |
|---|---|---|---|
| 2024 | 1,44% (definitief) | € 57.000 | 36% |
| 2025 | 1,37% (definitief) | € 57.684 | 36% |
| 2026 | 1,28% (voorlopig) | € 59.357 | 36% |
Het forfait voor banktegoeden wordt door de Belastingdienst bepaald op basis van de gemiddelde spaarrente over dat jaar. Het cijfer voor 2026 is voorlopig en wordt begin 2027 definitief vastgesteld.
Wilt u weten hoe de volledige berekening werkt — inclusief overige bezittingen en schulden? Lees dan Box 3 berekenen.
Werkelijk rendement op spaargeld
Met de tegenbewijsregeling geeft u de werkelijk ontvangen rente op in plaats van het forfait. Voor spaargeld betekent dat:
- Alleen de bruto rente die u in het kalenderjaar heeft ontvangen of bijgeschreven heeft gekregen telt mee — niet rente die formeel pas in het volgende jaar uitbetaald wordt
- Buitenlandse rente geeft u bruto op; ingehouden bronbelasting (zoals 26,375% in Duitsland of 30% in België) kunt u apart verrekenen via de aangifte
- Depositorente die pas aan het einde van de looptijd vrijvalt, telt mee in het jaar van daadwerkelijke uitbetaling
Belangrijk: kiest u voor werkelijk rendement, dan geldt die keuze voor uw gehele box 3-vermogen — banktegoeden én overige bezittingen samen. U kunt niet alleen het spaardeel werkelijk opgeven en de rest forfaitair laten. Zie Forfaitair vs. werkelijk rendement voor een uitgebreide vergelijking.
Voorbeeld 1 — € 100.000 spaargeld bij ING, rente 1,75% (2024)
Situatie: geen fiscale partner, geen andere box 3-vermogen. Ontvangen rente in 2024: € 1.750.
Forfaitair:
Rendementsgrondslag € 100.000
Forfaitair rendement (1,44%) € 1.440
Heffingsvrij vermogen - € 57.000
Grondslag na vrijstelling € 43.000
Aandeel van totaal (43.000 / 100.000) 43,0%
Belastbaar forfait (1.440 × 43%) € 619,20
Belasting (619,20 × 36%) € 222,91
Werkelijk rendement:
Ontvangen rente € 1.750
Belasting (1.750 × 36%) € 630,00
Bij deze hoge rente en een saldo onder de € 200.000 is forfaitair duidelijk voordeliger: het heffingsvrij vermogen drukt de grondslag zo sterk dat u effectief over slechts 43% van het forfait betaalt, terwijl u bij werkelijk rendement over de volledige rente belast wordt.
Voorbeeld 2 — € 200.000 op buitenlandse spaarrekening, rente 0,4% (2024)
Situatie: geen fiscale partner, geen andere box 3-vermogen. Ontvangen rente in 2024: € 800.
Forfaitair:
Rendementsgrondslag € 200.000
Forfaitair rendement (1,44%) € 2.880
Heffingsvrij vermogen - € 57.000
Grondslag na vrijstelling € 143.000
Aandeel van totaal (143.000 / 200.000) 71,5%
Belastbaar forfait (2.880 × 71,5%) € 2.059,20
Belasting (2.059,20 × 36%) € 741,31
Werkelijk rendement:
Ontvangen rente € 800
Belasting (800 × 36%) € 288,00
Werkelijk rendement levert hier een besparing van ruim € 453 op. De rente van 0,4% ligt ver onder het forfait van 1,44%, waardoor de Belastingdienst zonder tegenbewijs een fictief rendement van meer dan het drievoudige zou belasten.
Probeer dit voorbeeld in de calculator
Voorbeeld 3 — € 80.000 spaargeld én € 70.000 in ETF’s (2024)
Situatie: geen fiscale partner. De keuze voor werkelijk rendement geldt voor het hele box 3-vermogen. Reken daarom de hele portefeuille door voordat u beslist.
Forfaitair:
Banktegoeden 80.000 × 1,44% = € 1.152
Overige bezit. 70.000 × 6,04% = € 4.228
Totaal forfait € 5.380
Rendementsgrondslag € 150.000
Heffingsvrij vermogen - € 57.000
Grondslag na vrijstelling € 93.000
Aandeel (93.000 / 150.000) 62,0%
Belastbaar forfait (5.380 × 62%) € 3.335,60
Belasting (3.335,60 × 36%) € 1.200,82
Werkelijk rendement (vlak jaar voor de ETF’s):
Rente spaargeld € 1.400
Waardestijging ETF's € 0
Totaal werkelijk rendement € 1.400
Belasting (1.400 × 36%) € 504,00
Werkelijk rendement is hier bijna € 700 goedkoper — maar alleen als u kunt aantonen dat de ETF’s niets zijn gestegen én geen dividenden hebben uitgekeerd. Bewaar daarvoor uw jaaroverzichten van de broker.
Lees meer over hoe u tegenbewijs indient in de tegenbewijsregeling.
Wanneer is forfaitair toch voordeliger voor spaarders?
Niet in alle gevallen loont het om werkelijk rendement te claimen. Het forfaitaire stelsel pakt gunstiger uit als:
- Uw totale spaarsaldo dicht bij of onder het heffingsvrij vermogen ligt (€ 57.000 voor een alleenstaande, € 114.000 voor fiscale partners)
- Uw werkelijke rente hoger is dan het forfait (1,44% in 2024, 1,37% in 2025)
- U een fiscale partner heeft en daarmee het heffingsvrij vermogen verdubbelt — ook bij een hoger saldo drukt dat de effectieve belasting fors
Bij twijfel: vul beide varianten in via de calculator en vergelijk het resultaat direct.
Buitenlandse spaarrekening — extra aandachtspunten
Heeft u spaargeld in het buitenland staan? Dan zijn er een paar extra punten om rekening mee te houden.
Omrekening naar euro’s: het saldo per 1 januari rekent u om met de officiële ECB-koers van die datum. De ECB publiceert deze koersen op ecb.europa.eu.
Bronbelasting: sommige landen houden automatisch belasting in op spaarrente. In Duitsland is dat 26,375% (inclusief Solidaritätszuschlag), in België 30%. U geeft de bruto rente op in box 3. De ingehouden bronbelasting kunt u via uw aangifte inkomstenbelasting (box 1) terugvragen of verrekenen via het belastingverdrag.
Meldingsplicht: een buitenlandse bankrekening moet u elk jaar vermelden in uw aangifte. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een boete opleggen tot 300% van de te weinig betaalde belasting op grond van artikel 67e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Bewijsstukken voor werkelijk rendement
Kiest u voor de tegenbewijsregeling, zorg dan dat u de volgende stukken bewaart — minimaal vijf jaar:
- Jaaroverzicht per bank voor 2024 of 2025, met de ontvangen rente uitgesplitst per rekening
- Saldi per 1 januari en 31 december (ook screenshots zijn acceptabel als het rekeningnummer, de naam en de datum zichtbaar zijn)
- Voor buitenlandse rekeningen: de ECB-koers op 1 januari van het belastingjaar, plus bewijs van ingehouden bronbelasting (afschrift of jaaropgave van de buitenlandse bank)
- Voor beleggingen: jaaropgave van de broker met gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen en ontvangen dividenden
Mijn Belastingdienst toont automatisch de renseignementen van Nederlandse banken. Controleer of alle rekeningen erin staan — kleine banken, buitenlandse instellingen en nieuwere neobanken ontbreken soms.
Tips voor spaarders
- Meerdere banken: heeft u rekeningen bij meer dan één bank, haal dan bij elke bank een jaaroverzicht op. Mijn Belastingdienst is niet altijd volledig.
- Spaardeposito’s: tellen mee tegen de contante waarde op 1 januari, niet de inleg plus de tot dan opgebouwde rente. Vraag uw bank om de juiste waarde.
- Variabele rente: de werkelijke rente is het bedrag dat in het kalenderjaar op uw rekening is bijgeschreven, ongeacht wanneer de rentebijschrijving plaatsvond (maandelijks of jaarlijks).
- Fiscal partner: bij partners mag u het box 3-vermogen vrij verdelen. Verdeel zo dat degene met het hoogste inkomen zo weinig mogelijk vermogen krijgt toebedeeld — dat kan de effectieve heffing verlagen.
Bronnen
- Belastingdienst: Banktegoeden in box 3
- Eerste Kamer: wetsvoorstel 36706 (Wet tegenbewijsregeling box 3)
- ECB: Euro referentie-wisselkoersen
- Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 67e (vergrijpboete buitenlands vermogen)